Typ hierboven uw zoekterm (Belgisch recht) of scroll

© 2001-2015 Lycaeus Juridisch Woordenboek - Alle rechten voorbehouden>

opeisbaar Fr.: exigible : contractenrecht - van de wederpartij kan worden gevergd dat hij onmiddellijk aan zijn bijv. contractuele verplichting voldoet; de verplichting van de wederpartij kan worden gevorderd. Zie ook: onderdeel dadelijk opeisbaar

open texture : staatsrecht - Engels: open samenstelling. Juridische begrippen waarvan de definitie kan worden herzien op grond van nieuwe inzichten hebben een ~ Zie ook: nadere verklaring jurisprudentie / rechtspraak

openbaar aanbod Fr.: l'offre publique : contractenrecht - aanbieding die tot het algemeen publiek is gericht. Bijv. prijskaartjes op uitgestalde waren. Zie ook: niet gelijk aan onderhandse aanbesteding

openbaar aanklager / (oneigen.) openbare aanklager Fr.: le procureur général : gerechtelijk recht - oude benaming voor officier van justitie;
lid van het openbaar ministerie die verdachten van strafbare feiten bij de strafrechter aanklaagt en beschuldigt.

openbaar domein Fr.: le domaine public : rechtswetenschap - goederen van de overheid bestemd voor het gebruik van allen of van een openbare dienst.

openbaar geroep : strafrecht - criterium dat geldt in het Belgische strafrecht met betrekking tot de heterdaadprocedure. Wanneer een dader vervolgd wordt door het openbaar geroep wordt deze toestand gelijkgesteld met een betrapping op hetderdaad en dan kan bijv. toch een huiszoeking gebeuren zonder de tussenkomst van een onderzoeksrechter. Art. art. 41 Sv. Wetboek van Strafvordering

openbaar ministerie (OM) Fr.: le ministère public : strafrecht - overheidslichaam dat belast is met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij de wet vastgestelde taken. Bijv. handhaving van wetten, opsporen en vervolgen van strafbare feiten, advies uitbrengen aan de rechtbanken en andere instanties, tenuitvoerleggen van vonnissen. Het ~ bestaat uit het parket-generaal bij het Hof van Cassatie, de parketten-generaal bij de hoven van beroep, het federale parket en de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg. Bij de arbeidsrechtbank en het arbeidshof wordt het openbaar ministerie gevormd door het arbeidsauditoraat en het arbeidsauditoraat-generaal. Niet alle magistraten hebben operationele bevoegdheden in het kader van de leiding van het onderzoek in strafzaken. Sommigen waken uitsluitend over de juiste toepassing van de wet (de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie), anderen hebben een meer coördinerende, beleidsvoorbereidende en disciplinairrechtelijke functie gekregen (parketten-generaal bij de hoven van beroep). Parketmagistraten worden benoemd en afgezet door de Koning en maken deel uit van een hiërarchisch korps. Zie ook: onderdeel staande magistratuur

openbaar pand Fr.: la maison publique : pand- en hypotheekrecht - pandrecht waarbij de verpande vordering uit de macht van de schuldenaar wordt gebracht.

openbaar testament Fr.: le testament public : erfrecht - notariële akte opgemaakt waarin de testateur zakelijk opgeeft wat hij wil dat na zijn overlijden zal geschieden. Deze moet door de erflater en twee getuigen worden ondertekend. Zie ook: nadere verklaring notariële akte nadere verklaring erflater tegenstelling geheim testament / besloten testament

openbaarheid van rechtspraak Fr.: la publicité de la jurisprudence : staatsrecht - terechtzittingen en rechterlijke uitspraken vinden in het openbaar plaats. Zie ook: tegenstelling zitting achter gesloten deuren

openbare aanbesteding Fr.: l'adjudication publique : aanbestedingsrecht - procedure waarbij gegadigde partijen worden uitgenodigd om op een vaak door de overheid te verstrekken opdracht, een gedetailleerde offerte uit te brengen. Toewijzing van de ~ kan afhangen van de laagst geboden prijs of beste prijs/kwaliteitsverhouding. Zie ook: tegenstelling onderhandse aanbesteding

openbare dienst Fr.: le service public : rechtswetenschap - algemene noemer waarmee alle overheidsinstellingen kunnen worden aangeduid.

openbare dronkenschap Fr.: l'ivresse publique : strafrecht - hij die in een openbare plaats in staat van dronkenschap wordt bevonden, is strafbaar op grond van de besluitwet van 14 november 1939. Zie: Besluitwet betreffende de beteugeling van de dronkenschap. Zie ook: niet gelijk aan zedendelict hierarchische verhouding ontzegging rijbevoegdheid

openbare maatschap Fr.: la S.C.P. publique : ondernemingsrecht - samenwerkingsverband van personen waarin onder een gemeenschappelijke naam een bepaald beroep wordt uitgeoefend. Zie ook: nadere verklaring handelsnaam / (mv.) handelsnamen

openbare orde (OO) Fr.: l'ordre public : staatsrecht - fundamentele beginselen van de huidige maatschappelijke organisatie, waartoe publieke rust, orde en veiligheid behoren.

openbare orde en goede zeden Fr.: ordre public et des bonnes moeurs : rechtswetenschap - bijzondere categorie rechtsregels die de bescherming van het algemene belang en de moraal beogen. Afwijkingen van regels die de ~ raken zijn in beginsel niet mogelijk en zijn behept met absolute nietigheid. Art. 6 B.W. - Zie ook: tegenstelling aanvullend recht (regels van) tegenstelling dwingend recht (regels van) nadere verklaring absolute nietigheid

openbare registers Fr.: les registres publics : vermogensrecht - van overheidswege aangelegde archieven waarin zaken van algemeen nut zijn opgenomen en die voor het publiek ter inzage liggen. Bijv. ~ met de rechtstoestand van huizen en grote schepen, faillissementsregister en huwelijksgoederenregister. Zie ook: onderdeel voogdijregister onderdeel bevolkingsregister onderdeel handelsregister onderdeel huwelijksgoederenregister

openbare terechtzitting Fr.: l'audience publique : burgerlijk procesrecht - bijeenkomst van het gerecht, die voor het publiek toegankelijk is. Zie ook: tegenstelling raadkamer (RK) onderdeel faillissementszitting onderdeel pro-formazitting onderdeel rolzitting

openbare uitgifte Fr.: émission publique : vennootschapsrecht - uitgifte van effecten door een vennootschappen door een beroep te doen op de spaargelden van het publiek, bv. door middel van een advertentie- of reclamecampagne Art. 1 koninklijk besluit van 9 juli 1935 en 22 wet van 10 juni 1964 - Zie ook: nadere verklaring effecten nadere verklaring openbaar beroep op het spaarwezen nadere verklaring kapitaalsverhoging

openbare vastgoedverkoping Fr.: vente publique d'un bien immobilier : vastgoedrecht - Verkoping van een onroerend goed georganiseerd onder leiding van een notaris die het betreffende vastgoed bij opbod zal verkopen aan de hoogste bieder. Soms is het mogelijk een hoger bod te doen na een verkoping en zo een nieuwe openbare verkoping van het goed tot stand te brengen.

openbare werken Fr.: les travaux publics : bestuursrecht - uitvoering van bouwwerken die de gehele bevolking ten gunste komen (voor het algemeen nut), zoals wegen, bruggen, riolering enz. Bij uitbreiding de gemeentelijke dienst of het ministerie dat daarvoor bevoegd is.

opeten van de eigen woning Fr.: manger de propre habitation : sociaal zekerheidsrecht - iemand die in de bijstand komt, moet -tot aan een bepaalde vrijstelling- zijn vermogen opmaken voordat recht op een uitkering ontstaat. Voor eigen woningbezitters geldt dit ook voor het in hun huis opgebouwde vermogen. Er is dan wel een extra vrijstelling.

opheffing Fr.: le soulèvement : pand- en hypotheekrecht - ongedaanmaking van een beperking en/of bezwaring van goederen

ophelderingspercentage Fr.: le pourcentage de clarification : criminologie - totaal aantal in een bepaalde periode opgehelderde misdrijven in relatie tot het totaal aantal in dezelfde periode door de politie opgemaakte processen-verbaal terzake van gelijk(soortig)e misdrijven, uitgedrukt in procenten. Zie ook: nadere verklaring opgehelderd misdrijf

opinio iuris : rechtswetenschap - Latijn: rechtsopvatting. Zie ook: niet gelijk aan legal opinion nadere verklaring opinio necessitas / opinio juris / opinio juris sive necessitas

opinio necessitas / opinio juris / opinio juris sive necessitas : volkenrecht - Latijn: opvatting van de noodzaak, opvatting van recht. Samen met de usus één van de ontstaansvoorwaarden van (internationaal) gewoonterecht. Hiervoor is vereist dat personen of staten niet enkel een algemene en consistente praktijk handhaven, maar tevens dat zij het als een rechtsplicht ervaren op deze manier te handelen. Zie ook: nadere verklaring usus hierarchische verhouding gewoonterecht

opleg Fr.: la soulte : vennootschapsrecht - geldsom die bij een ruil of een fusie bijkomend betaald wordt naast de geruilde goederen of aandelen en zo een eventuele ongelijkheid compenseert Art. 832 B.W. en 671-674 W. Venn.

oplevering Fr.: la réception : bouwrecht - bij aanneming van werk het moment waarop de opdrachtgever het werk aanvaardt. Na ~ is het werk in beginsel voor risico van de opdrachtgever.

opponent Fr.: l'opposant : advocatuur - wederpartij; advocaat van de tegenpartij. Zie ook: nadere verklaring confrère nadere verklaring amice tegenstelling opposant

opportuniteitsbeginsel Fr.: le principe d'opportunité : strafprocesrecht - uitgangspunt waaruit voortvloeit dat het openbaar ministerie niet alle strafbare feiten hoeft te vervolgen, maar een keuze kan maken op grond van het algemeen belang. Zie ook: tegenstelling legaliteitsbeginsel

opposant Fr.: l'opposant : burgerlijk procesrecht - persoon die een verzetprocedure start, nadat tegen hem een verstekvonnis werd gewezen. Zie ook: nadere verklaring procespartij nadere verklaring geopposeerde nadere verklaring verzet tegenstelling opponent

oppositie Fr.: l'opposition : merkenrecht - tijdens de procedure tot verlening van een merk kan een oudere rechthebbende bij de betreffende verleningsinstantie bezwaar maken tegen de verlening van een merk van een jongere aanvrager. Het Benelux merkenrecht kent de ~ nog niet. Zie ook: nadere verklaring opposant

oprichtersaansprakelijkheid Fr.: responsabilité des fondateurs : vennootschapsrecht - bijzondere aansprakelijkheid van de oprichters van een vennootschap voor onregelmatigheden bij de oprichting Art. 229 e.v. W. Venn. en 405e.v. W. Venn.

oprichting Fr.: la fondation : ondernemingsrecht - het in het leven roepen en formeel vestigen van een onderneming. Bijv. door oprichtingsakte en inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

oprichtingsakte / akte van oprichting Fr.: l'acte constitutif : rechtswetenschap - een authentieke of onderhandse akte op grond waarvan vennootschappen onder firma, gewone commanditaire vennootschappen, coöperatieve vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid, economische samenwerkingsverbanden en landbouwvennootschappen moeten worden opgericht, op straffe van nietigheid

oproepcontract Fr.: le contrat d'appel : arbeidsrecht - overeenkomst gesloten tussen een werkgever en een werknemer, zonder dat de werknemer kennis heeft van de dagen en de uren waarop hij zal werken, eventueel zelfs niet van het aantal werkuren per week, per maand of per jaar. De werknemer moet wachten op een mogelijke oproep van de werkgever, die hem enkel werk verschaft zolang hij dit nodig acht.

oproepen in vrijwaring Fr.: appeler en garantie : burgerlijk procesrecht - onderdeel van het procesrecht, waarbij een persoon als waarborg in het geding wordt opgeroepen. Zie ook: nadere verklaring waarborg

oproeping / oproepen / opgeroepen Fr.: convocation/convoquer/convoqué : burgerlijk procesrecht - dwingend verzoek om zich in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat op een bepaald tijdstip bij het gerecht te melden teneinde daar te procederen, ten overstaan van de rechter te getuigen of inlichtingen te verschaffen.

oproeping / oproepen / opgeroepen Fr.: convocation/convoquer/convoqué : rechtspersonenrecht - uitnodiging om de algemene vergadering van aandeelhouders bij te wonen. Bij de ~ worden de te behandelen onderwerpen vermeld. De ~ vindt minstens 2 weken vooraf plaats.

oproeping bij proces-verbaal Fr.: convocation par procès-verbal : strafprocesrecht - vorm van "snelrecht" waarbij de procureur des Konings een verdachte bij proces-verbaal oproept om te verschijnen voor de politierechtbank of de correctionele rechtbank binnen een termijn tussen tien dagen en twee maanden. Op deze manier wordt de procedure van dagvaarding vermeden. Art. 216quater sv

opschortende voorwaarde Fr.: condition suspensive : vastgoedrecht - Een verbintenis onder een opschortende voorwaarde aangegaan, is die welke afhangt ofwel van een toekomstige en onzekere gebeurtenis, ofwel van een gebeurtenis die reeds heeft plaatsgehad, maar aan partijen nog onbekend is. In het eerste geval kan de verbintenis alleen uitgevoerd worden nadat de gebeurtenis heeft plaatsgehad. In het tweede geval heeft de verbintenis haar gevolgen met ingang van de dag waarop zij is aangegaan. Een ~ wordt vaak gebruikt wanneer men bij de aankoop van een vastgoed niet zeker is een hypotheekkrediet te verkrijgen om de verrichting te financieren, maar kan in tal van andere situaties gebruikt worden; voorwaardelijke verbintenis; contractueel vastgestelde voorwaarde of gebeurtenis die nadat zij intreedt een verbintenis doet ontstaan. Bijv. koop op proef. Art. 1181-1182 B.W. - Zie ook: tegenstelling ontbindende voorwaarde

opschortingsrecht Fr.: droit de suspendre l'exécution de son obligation : contractenrecht - een contractpartij mag de uitvoering van zijn verplichting uitstellen zolang de andere partij niet eerst presteert. Bijv. de betalingsverplichting opschorten totdat de gekochte tafel is geleverd. Zie ook: nadere verklaring exceptio non adimpleti contractus

opsporingsambtenaar / opsporingsambtenaren Fr.: l'officier de la police judiciaire : strafprocesrecht - alle personen die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast.

opsporingsonderzoek Fr.: information préliminaire : strafprocesrecht - onderzoek onder leiding van de procureur des Konings met het oog op het opsporen van de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan en het verzamelen van de gegevens die kunnen dienen voor het uitoefenen van de strafvordering. Art. 28bis sv - Zie ook: onderdeel autopsie / gerechtelijke lijkschouwing

opstal Fr.: superficie : vastgoedrecht - (tijdelijk) recht om gebouwen, werken, of beplantingen op andermans grond te hebben Art. 1 wet van 10 januari 1824 over het recht van opsta

opstalhouder : vastgoedrecht - degene die een recht van opstal heeft Zie ook: hierarchische verhouding opstal / recht van opstal / opstalrecht

opstallen : zakenrecht - gebouwen, werken of beplantingen, zonder de grond. Zie ook: nadere verklaring recht van opstal / opstalrecht

opstalrecht Fr.: le droit de superficie : zakenrecht - zakelijk recht dat aan de opstalhouder toelaat op andermans grond gebouwen, werken en beplantingen op te richten.

opstellen Fr.: établir : rechtswetenschap - redigeren, stellen. Zie ook: nadere verklaring redigeren

opt in : internetrecht - Engels: kiezen om toe te treden. Geadresseerden dienen vooraf toestemming te geven om aan hen elektronische direct mail (meestal reclame via e-mail) te versturen. Zie ook: tegenstelling opt out nadere verklaring recht op privacy nadere verklaring notice & take down-procedure

opt out : internetrecht - Engels: keuze om te verlaten. Geadresseerden kunnen na ontvangst van elektronische direct mail (meestal reclame via e-mail) te kennen geven dat zij dergelijke mail niet meer willen ontvangen. Zie ook: tegenstelling opt in nadere verklaring recht op privacy nadere verklaring notice & take down-procedure

optie Fr.: l'option : effectenrecht - recht om gedurende een bepaalde periode aandelen tegen een afgesproken prijs te kopen (callopties) of te verkopen (putopties).(bron: beleggingsplein.nl)

optie Fr.: l'option : vastgoedrecht - beding waarbij een partij zich ertoe verbindt met een partij een contract te sluiten als die andere partij dat wenst. Een ~ komt vooral voor in het vastgoedrecht: de verkoper van een vastgoed stemt ermee in het vastgoed aan de koper te verkopen binnen een bepaalde termijn en tegen een afgesproken prijs. Tijdens de overeengekomen tijdspanne kan de koper de aankoop te weigeren of aanvaarden. Het vastgoed kan dus niet meer te koop worden aangeboden aan andere personen tijdens deze periode. De verkoper kan een vergoeding vragen voor de blokkering van het vastgoed. In dat geval spreken we van een betalende ~,

optiebeding Fr.: la condition d'option : contractenrecht - aanbod waarbij één partij zich verbindt om, indien de wederpartij dit wenst, met haar een bepaalde overeenkomst te sluiten. Zie ook: nadere verklaring aanbod nadere verklaring uitloving nadere verklaring overeenkomst

opvangcentrum Fr.: le centre d'accueil : asielrecht - centrum dat o.m. zorgt voor de materiële opvang van asielzoekers tijdens de ontvankelijkheidsfase van de asielprocedure. Bijv. de federale opvangcentra beheerd door Fedastil en de Rode-Kruis opvangcentra.

opzegging Fr.: la dénonciation, le congé, le préavis : verbintenissenrecht - de eenzijdige rechtshandeling die, mits tijdig en correct, leidt tot beëindiging van de wederzijdse overeenkomst. Zie ook: nadere verklaring rechtshandeling

opzegtermijn Fr.: le délai de préavis : verbintenissenrecht - veelal contractueel bepaalde termijn die in acht moet worden genomen om een duurovereenkomst (bijv. arbeidscontract of abonnementscontract) te ontbinden.

opzegverboden : ontslagrecht - verbod aan de werkgever om de arbeidsovereenkomst met zijn werknemer te beëindigen tijdens diens ziekte, zwangerschap, militaire dienstplicht, lidmaatschap van de ondernemingsraad of de vakbond. Voorts kan niet worden opgezegd als de werknemer van ouderschapsverlof gebruik wil maken of als lid van de Tweede Kamer daar vergaderingen wil bijwonen. Zie ook: nadere verklaring arbeidsrecht nadere verklaring ontslagvergunning

opzet Fr.: le dol : strafrecht - een op handelen of nalaten gerichte wil;
oogmerk, bedoeling. Zie ook: nadere verklaring dolus tegenstelling voorwaardelijk opzet

ordemaatregelen / maatregelen van orde Fr.: mesures d'ordre : administratief recht - maatregelen genomen voor de goede werking van de administratieve diensten Zie ook: nadere verklaring voorlopige maatregel

order Fr.: la note de commande : handelsrecht - opdracht, bestelling;
aanduiding op een waardepapier (bv. chèque) dat betaling ook kan geschieden aan een speciaal aangewezen derde. Zie ook: onderdeel chèque hierarchische verhouding orderbevestiging

orderbevestiging Fr.: la confirmation de commande : handelsrecht - bevestiging van een opdracht bijv. tot levering.

orderbriefje Fr.: le billet à ordre : handelsrecht - promesse aan order; stuk papier, met daarop in elk geval: een onvoorwaardelijke belofte een bepaalde som te betalen, een aanwijzing van de vervaldag, de plaats, waar de betaling moet geschieden, de naam van degene aan wie de betaling moet geschieden, plaats, datum en handtekening. Zie ook: nadere verklaring quitantie aan toonder

ordeverstoring Fr.: l'atteinte à l'ordre public : strafrecht - verstoring van de openbare orde en rust.

ordonnantie Fr.: l'ordonnance : staatsrecht - rechtsnorm met wetgevende kracht aangenomen door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad of de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in Brussel en door hun uitvoerend orgaan bekrachtigd. Zie: Bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen. Art. 134-135 Grondwet - Zie ook: v wet, decreet v Brusselse Hoofdstedelijke Raad, Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

organieke wet / organieke wetten Fr.: la loi organique : staatsrecht - wetten die betrekking hebben op de organisatie van de staat en waarvan de basis in de Grondwet is geregeld. Bijv. Gemeentewet, Provinciewet, Kieswet. Zie: organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976.

organieke wetten Fr.: les lois organiques : staatsrecht - wetten die betrekking hebben op de organisatie van de staat en waarvan de basis in de Grondwet is geregeld. Bijv. Gemeentewet, Provinciewet, Kieswet.

Organisatie van Olieproducerende Landen (OPEC) Fr.: L'organisation des pays producteurs de pétrole (opec) : internationaal publiekrecht - kartel van de olieproducerende landen, m.n. uit het Midden-Oosten, teneinde de handelsprijs voor olievaten onder controle te houden.

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) Fr.: L'Organisation de Coopération et de Développement économiques (l'OCDE) : internationaal publiekrecht - organisatie van Westerse landen, opgericht in 1961, dat tot doel heeft de economische groei en de werkgelegenheid binnen de lidstaten te stimuleren. Zie ook: nadere verklaring Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag)

Oslo-confrontatie : criminologie - opsporingstechniek, waarbij een getuige de pleger van een strafbaar feit aanwijst uit een rijtje mensen.

ostentatieve procedures Fr.: les procédures ostentatives : procesrecht - wijze waarbij juridische begrippen worden aangewezen en vervolgens positief worden gedefinieerd. Bijv. opzet: een op handelen of nalaten gerichte wil. Zie ook: nadere verklaring opzet

ouderlijk gezag Fr.: l'autorité parentale : jeugdrecht - het gezag dat de ouders over hun minderjarige kinderen uitoefenen en betrekking heeft op de persoon van de minderjarige, diens vermogen en de vertegenwoordiging bij burgerlijke handelingen die het kind pleegt. Zie ook: tegenstelling voogdij tegenstelling onderbewindstelling onderdeel ouderlijke macht

ouderlijke boedelverdeling / ascendentenverdeling Fr.: partage d'ascendent : familiaal vermogensrecht - een handeling waarbij iemand met een schriftelijke akte zijn goederen, of een deel daarvan, verdeelt tussen zijn afstammelingen. Een ~ kan gebeuren bij akte onder levenden (dan is het een schenking) of bij wijze van uiterste wilsbeschikking (een testament). Art. 1075 B.W. en 1076 B.W. - Zie ook: onderdeel gift nadere verklaring schenking nadere verklaring testament

ouderlijke macht : familierecht - vroegere term voor ouderlijk gezag. Deze term werd gewijzigd om te benadrukken dat de bevoegdheden van ouders niet willekeurig zijn (een 'macht'), doch duidelijk doelgebonden en uit te oefenen in het belang van het kind. Zie ook: nadere verklaring ouderlijk gezag

oudermoord Fr.: parricide : strafrecht - doodslag op de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn. Art. 1 395 S.W.